Hoe vind ik een betrouwbare fokker, een eerlijke fokker die serieus met zijn "vak": bezig is. Deze vraag wordt overal met grote regelmaat gesteld. Graag geven wij vanuit onze visie een uitleg. Zeker niet om u over te halen om bij ons te komen, want er zijn meerdere goede fokkers en wij beschikken maar incidenteel over pasgeboren pups.
Daarom hieronder deze
toelichting.
Wanneer mensen met een puppy op cursus komen, vertellen ze vaak dat hun pup van
een goede fokker komt, dat is fijn. Maar wat is nou de definitie van een "goede
fokker"? Ben je een goede fokker als je hondjes fokt met een stamboom en
daarnaast ook inent en ontwormd? Met slecht één ontworming mag je al zeggen dat
de pups ontwormt zijn. De ontworming moet toch zeker iedere 2 weken herhaald
worden. Dat betekend dat een jonge pup al minstens 3 keer ontwormt zou moeten
zijn voordat deze met u mee naar huis mag.
Wij willen zeker niet andere fokkers te kort komen of u een vervelend gevoel bezorgen. Wij hopen alleen met een artikel zoals deze, mensen te bereiken om bewust na te laten denken over de inhoud van dit onderwerp "een betrouwbare fokker". Hopelijk zal dit bijdragen om zelf het kaf van het koren te kunnen scheiden.
Enkele statements
Een stamboom
is niets meer dan een afstammingsbewijs en wil zeggen dat als deze afgegeven is
door de Raad van Beheer, dat het een rashond betreft welke erkend is door de FCI.
Een stamboom heeft wel wat voordelen met betrekking tot bepaalde takken van
hondensport of als je met de hond naar een tentoonstelling wilt gaan. Op een
stamboom kun je verder gegevens terug vinden of achterhalen met betrekking op
gezondheid, maar dan moeten de ouderdieren hier wel op gecontroleerd zijn.
Verder staan geboortedatum e.d. gegevens vermeld.
Waar veel mensen warm van lopen, is als er sprake is van een kampioen afstamming. Dit is erg leuk om te kunnen vertellen. Helaas zegt een kampioenafstamming niets over de gezondheid!
Wanneer je een bepaalde
raskeuze hebt, is het verstandig om van tevoren informatie in te winnen over de
(on)gezondheid van dit ras.
Vaak zijn erfelijke afwijkingen in meer of mindere mate bekend binnen een ras.
Wanneer dit een ras van uw keuze is, is het natuurlijk belangrijk dit mee te
nemen in de overweging bij welke fokker uw pup vandaan gaat komen. U kunt dit
aan de fokker vragen, of nog beter, aan een dierenarts. Ook door te zoeken op
internet zal u veel informatie kunnen vinden. Bij de meeste mensen is de
heupafwijking HD (Heup Dysplasie) bekend. Vaak wordt gezegd dat de ouders geen
HD hebben, maar zijn de ouders er wel op gecontroleerd? Vraag hierna, en ook
naar de uitslagen hiervan. Zorg wel vooraf dat u weet (internet) welke uitslag
wenselijk is, of hierbij dicht in de buurt komt. Bijvoorbeeld, een heupuitslag
krijg je enkel wanneer er foto's zijn gemaakt door een hiervoor gecertificeerde
dierenarts en deze foto's vervolgens opstuurt naar een van deze dierenarts
onafhankelijk beoordeling "panel". Foto's welke gemaakt zijn bij de dierenarts,
kan door de ene bestempeld worden als "redelijk goed" en door de andere als
"niet al te goed".
Daarnaast gebeurt het helaas met regelmaat, dat beide ouderdieren aangetoond HD vrij zijn, en toch nakomelingen voortbrengen met HD.
Er zijn ook fokkers welke vinden dat hun honden goede heupen hebben enkel omdat ze "goed" lopen of dat ze met de achterpoten gestrekt kunnen liggen. Dit zegt misschien wel iets, maar ook een hond met slechte heupen en een goede bespiering, zo blijkt in praktijk, kan in veel gevallen goed lopen.
Dit hele
verhaal gaat natuurlijk op voor meerdere voorbeelden met afwijkingen.
Een oogafwijking als entropion (naar binnen gekrulde oogleden welke erg
hinderlijk is voor een hond), is vanaf de buitenkant zichtbaar.
Echter, als de ouderdieren hieraan geopereerd zijn, zie je dit niet, maar het
zit wel in de genen. Hier kan Uw Maltezer zijn traanstrepen van krijgen door
overvloedig traanvocht wat geproduceerd wordt door de naar binnen gegroeide
haren
Een knie
afwijking zoals patella luxatie naar mediaal is een probleem bij kleinere
rassen.
Dit wil zeggen dat de
knieschijf naar de binnenkant van de knie wegschiet
Het kniegewricht wordt gevormd door het dijbeen en het scheenbeen. Voor op het
dijbeen loopt een sleuf waar de knieschijf normaliter in ligt. Aan de knieschijf
zit de kniepees die op haar beurt weer vast zit aan een beenkam op het
scheenbeen. Bij sommige honden is de sleuf in het dijbeen ondiep en zit de
aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen toe. De knieschijf kan dan
makkelijk uit z'n sleuf naar binnen toe schieten. Als dit gebeurt spreken we van
een patella luxatie.De
precieze wijze van overerving is niet bekend, maar zal waarschijnlijk op
meerdere factoren berusten, net zoals b.v. HD.
Het is zelfs niet uitgesloten dat wanneer je beide ouderparen hebt laten
controleren op patella dat de pups het absoluut niet kunnen krijgen. Ook hier
berust de luxatie op meerde factoren. het is echter wel af te raden dat wanneer
een fokhond een luxatie vertoond deze uit te sluiten van verdere fokprogramma's.
Een "goede" fokker zou zo'n ouder uit moeten sluiten van zijn fokkerij, tenzij
er geen gezondere honden van dit ras meer zijn.
Veel fokkers zullen dit niet doen, want, het is toch weer een fokteef minder.
Als er toch met een bepaalde afwijking bewust wordt gefokt, moet dit door de
fokker gemeld worden, daarmee stelt hij/zij zichzelf in veiligheid voor het
geval dat. Want tegenwoordig kun je een fokker aansprakelijk stellen, als blijkt
dat deze onzorgvuldig gehandeld heeft. Dit moet dan wel aantoonbaar zijn.
Persoonlijk vinden wij dat een fokker ook zijn verantwoordelijkheid behoord te
behouden.
Tegenwoordig weet men, dat naast erfelijke factoren ook andere aspecten van
invloed zijn op o.a. de heupen van een hond.
Wanneer een eigenaar van een dergelijke hond zich meld met deze klacht, heeft
niemand er iets aan om op dat moment met de vinger naar elkaar te gaan wijzen.
Natuurlijk zien wij graag dat er op alle aspecten verantwoording gedragen wordt,
zowel door een fokker als door een nieuwe eigenaar. Echter, er zijn tig honden
welke van alles hebben gedaan en welke geen hinder van slechte heupen ervaren.
Wat dat betreft denk ik ook wel eens, laat ze alles doet "wat god verboden"
heeft. De honden welke dan goede heupen blijken te hebben, moeten genetisch
gezien wel goed in elkaar zitten..
Dan is er nog een heel
belangrijk gedeelte en dat betreft het karakter. Het karakter wordt gevormd door
de opvoeding, hoor ik vaak zeggen in de wandelgangen. Deels is dit zeker waar,
echter, in combinatie met dat stukje wat ze genetisch mee hebben gekregen.
Ook hierop is selectie van ouderdieren van toepassing. Zo zouden, naar ons idee, honden die erg snel tot bijten overgaan,
(wanneer dit niet aangeleerd is) uitgesloten moeten worden van de fokkerij.
Honden die erg angstig of gestrest zijn, zouden ook niet als fokdier ingezet
moeten. Deels omdat dit genetisch is (wat er niet in zit komt er ook niet uit)
en een gestreste moeder is ook niet echt een goed voorbeeld voor de puppy's, die
dit gedrag weer kopiëren.
Bij de serieuze fokker, zal belangstelling voor hond en nieuwe eigenaar blijven, en niet enkel tot de centen binnen zijn. Als het met de pup of volwassen hond niet goed gaat, en dat zal zeker een keer voorkomen, moet je hier samen met de fokker een gepaste oplossing voor kunnen vinden. Goede communicatie is dus van belang. Voor de fokker is het echter ook leuk om de positieve kanten van hun gefokte pup te horen, en niet enkel over dingen die niet goed gaan.
Hoe herken je een goede fokker?
Misschien wanneer het er spik en span en steriel eruit ziet ? Als de puppies in een keurig
betegelde ruimte zitten, die schoon is, fris ruikt en hygiënisch beoogt? Echter, deze ruimte is
een omgebouwde schuur waar de pups enkel gehuisvest zitten. Wij zouden u
aanraden hier geen enkele pup vandaan te halen.
Het is voor jonge puppy's zeer belangrijk dat ze wennen aan allerlei geluiden,
zoals de radio, televisie, stofzuiger, kinderen, noem maar op, eigenlijk alles
waar ze later ook mee geconfronteerd worden. Zie hier ook het onderwerp
Socialisatie van de pup. Haal je een pup met 7 weken uit
deze keurige schuur, dan is er best nog veel in te halen. Maar verkoopt deze
fokker niet alle puppy's op tijd, en wordt zo'n vertederend hondje met 12 weken
uit deze ruimte gehaald, heeft deze al zoveel gemist dat dit niet meer in te
halen is. Op deze manier komt er al een flinke onderscheiding tussen een fokker
met een aantal (gemiddeld vijf) honden van één ras of een puppyfarm, die
tientallen rassen aanbied. Het is dan op je vingers na te tellen dat deze
hondjes nooit zo intensief allerlei indrukken hebben opgedaan, als een nestje
wat in de huiskamer is opgegroeid.
Het is een groot verschil als er bijvoorbeeld enkele keren per dag iemand even de schuur binnenloopt om de pups mogelijk te aaien in vergelijking met pups welke continu in huis verblijven. Wat wij vaak ervaren met puppy's uit de "handel" is dat deze puppy's niet hun rust kunnen nemen in een prikkelrijke omgeving. Dat is helemaal niet zo gek als je bedenkt dat ze enkel gingen rusten in een rustige omgeving. Dit is te vergelijken met het stofzuigen als de baby slaapt.
Van 3 tot 12 weken is een
belangrijke periode. Het grootste gedeelte van deze periode zijn de pups bij de
fokker.
Het is daarom de meest geschikte periode om ze met van alles en nog wat kennis
te laten maken. Met andere rassen, andere dieren, verschillende soorten mensen
(klein, dik, dun, snor, kinderen, bril, donkere huidskleur enz). Zijn de pups al
meerdere keren buiten geweest? Zo zal het met zindelijk maken niet opeens
doodeng zijn in een nieuwe en vreemde omgeving met o zo veel afleiding. Van
plassen zal dan al geen sprake meer zijn. En alvast een paar keer mee in de
auto. Dit gebeurt meestal pas wanneer de pup de reis naar hun nieuwe huis maakt.
Is dit een aardig stukje rijden, dan is de kans groot dat de pup zich niet
lekker voelt en er gespuugd gaat worden. Veel mensen hebben ervaring met
wagenziekte van honden, en net zoveel honden blijven een hekel houden aan
autorijden. Dit hoeft niet wanneer er rustig aan gewenning plaatsvindt. Het is
zo simpel om even aan te leren met broertjes/zusjes en voor het vertrouwen de
moederhond. Het kost weinig tijd en je voorkomt veel onnodige ellende. Wanneer
een fokker tig nestje heeft "liggen" is voorwerk als deze vrijwel niet mogelijk.
Met 12 weken zit een pup in de
angstfase. Dit betekent in de praktijk dat de pup eerst angstig reageert op
nieuwe prikkels.
Alles waarmee ze al kennis hadden opgedaan is lekker meegenomen. Het is daarom
van groot belang dat de pup naar de nieuwe eigenaar gaat zo tussen de 7de en de
8e week. Je kunt dan nog optimaal gebruik maken van die nieuwsgierige periode.
Maar dan moet je wel enigzins iets ervaring hebben en of aanleg hebben om met
een pup om te gaan. Als je echt voor het eerst in aanraking komt met een hond
dan zijn de eerste 9 weken levens weken alvast een goede start voor de pup bij
de fokker. Een goede fokker laat ook niet eerder de pup weg gaan wanneer het nog
zoogt bij de moeder. De ene pup heeft langer en meer behoefte aan het contact
met de moederhond dan de ander. Het kan dus voorkomen dat je de pup niet eerder
mee krijgt, maar dit legt de fokker je dan ook uitvoerig uit.
Het voordeel bij massa fokker is dat de teef weer snel kan "opdrogen" en
herstellen voor een volgend nest. Weet u dat verkopers van verschillende ras
en/of kruising pupjes deze helemaal niet zelf fokken? Steeds meer mensen weten
dat veel van dergelijke pups vanuit het oostblok komen. Ook in Nederland komen
dergelijke "bedrijven" voor. Vaak in verouderde varkensstallen welke niet meer
als zodanig gebruikt kunnen worden vanwege de steeds strengere wetgeving. Pups
fokken is een betere handel dan een fokzeug (fokvarken) te laten biggen.
We hebben dit van dichtbij meegemaakt. lange stallen op een rij,
afmeting ongeveer 1,50 bij 1 meter.
Hierin verblijft 1 teef met pups. Er staat een bak in, die naar ons zeggen eens
per week bij gevuld wordt met water en niet omgespoeld wordt. In een goot word
voer, oud brood en groente
gegooid. Naar ons inziens waren deze stallen zeker een jaar niet schoongemaakt.
Eens per week werden de pups even visueel gecontroleerd door de fokker. Dit
noemen zij dan contact met de fokker! De tussenhandel zijn de "fokkers"
welke o.a. op internet te vinden zijn. Zij kopen de pups uit de varkensschuren,
voor prijzen van bijvoorbeeld 100 per stuk, en verkopen deze door voor zo'n 350
tot 500 euro.
Dit soort praktijken, kan enkel gestopt worden als mensen eens stoppen een puppy zielig te vinden en deze toch te kopen ondanks dat ze geen goed gevoel hadden bij het zien van de omgeving. Ze voelen zich de redder van deze pups. Met pups als deze, is het een uitzondering als deze geen gedrag gaan vertonen welke door eigenaren als "probleem" bestempeld worden.
Enkele voorbeelden die bestempeld kunnen worden door de eigenaren:Maar, er is ook een voordeel..Deze pups zijn voordeliger!! Goedkoop is duurkoop kan hierop wel erg van toepassing zijn.
Daarbij komt ook het financiële aspect dat mensen wel hetzelfde trachten te bemachtigen voor zo weinig mogelijk geld. Deze mensen kunnen maar beter niet naar de erkende fokker gaan. Het is niet per definitie dat je de hoofdprijs betaald bij een erkende fokker, Maar bij de erkende fokker zit ook de now how achter, jaren ervaring, kennis en een enorme input ter verbetering en handhaving van het rassoort. Dit kost nu eenmaal veel geld, maar de zuiverheid van de pup blijft hier wel door gewaarborgd. Wij als erkende fokker fokken juist op die eigenschappen die de Maltezer juist zo geliefd maken. Ook hebben de fokkers te maken met relatief kleine nestjes, 3 a 4 pups terwijl bij Dobermanns of Golden Retrievers een nest van 12 geen uitzondering is. De inentingen en consultants zijn wat dat betreft net zo duur of je nu een klein nestje hebt of of een groot nest.
Vergeet niet de tijd die erin gestoken moeten worden om de pup te socialiseren. Een pup uit de handel, zoals we het vaker hebben beschreven, of een pup uit de schuur/ loods of puppyfarm, zal veel meer tijd vragen om te socialiseren dan een pup die bij een goed fokker vandaan. Houd hier zeker rekening mee, want u betaald u zelf hierin terug. Het zachtjes leren aanpakken van een voertje, het eigen nest bevuilen, hypergedrag, kort de aandacht vast kunnen houden, nauwelijks grenzen accepteren, dit alles vergt veel extra tijd en begeleiding. Deze energie en tijd zult u er dan zelf in moeten stoppen. U zult de achterstand van de socialisatie in moeten halen, mits dit nog mogelijk is.
Wat ook van belang is, de leeftijd van het scheiden tussen moeder en pups. Door veel fokkers wordt dit in een te vroeg stadium gedaan. Met 5 weken is geen uitzondering. Wat geconstateerd wordt is een pup die geheel zelfstandig eet, en een moederhond welke toch vrijwel geen melk meer voor ze heeft.
Het grote voordeel van puppy's die tot en met de 7e week bij de (sociale) moeder verbleven, is dat de opvoeding deels al door haar is bijgebracht. Deze puppy's zullen in de regel "zachter" in de bek zijn. Wanneer een pup op die leeftijd bijv. te hard bijt in de tepel, zal deze gecorrigeerd worden door de moeder d.m.v. een snuitbeet (Inhibited bite). Ze leert ze grenzen aan.
Bij veel fokkers wordt de toegang om verder te kijken niet toegelaten. Dit zijn vaak adressen waar meerdere nesten pups zitten. Als rede wordt dan gegeven dat er kans op besmetting van een bacterie is, echter, vaak is er dan iets te verbergen. Wel kan het zijn dat u niet aan de puppy's mag komen, maar als zelfs kijken niet toegestaan is, bedenk u dan wel waar u aan begint. Zo geïsoleerd opgroeien geeft in ieder geval een blijvende schade! Gaat u bij nestjes met puppy's kijken, doe dat dan bij niet meer dan één adres per dag, dit i.v.m. eventuele bacteriën die u mee zou kunnen nemen naar het volgende adres.
Veel fokkers wegen hun pups dagelijks. Het gewicht is niet zo spannend voor u. In de begin periode geeft het dagelijkse gewicht belangrijke informatie door aan de fokker of het goed gaat met deze pup. Wanneer u echter op een fokker stuit welke de pups weegt, realiseert u zich dan dat dit in de praktijk betekend dat deze fokker de pups dagelijks in handen heeft gehad. Dit is enorm van toegevoegde waarde. De pups zullen vanaf het allereerste begin al wennen aan mensengeur en voor hen zullen mensen net zo in hun roedel behoren zoals wij dat met onze honden steeds vaker wensen. De moederhond heeft dit daarnaast ook toegelaten, ook dit zegt iets over het het gedrag van deze honden. In de toekomst zult u verzorging moeten geven aan uw pup. Het is prettig als u dit zonder al te veel tegenwerking van de pup kunt uitvoeren. Het is zo prettig om oren schoon te kunnen maken zonder een gevecht aan te moeten gaan, of wat denkt u van uw hond op de tafel bij de dierenarts te tillen. Veel fokkers knippen zelfs al meerdere keren de nageltjes van de pups. In de eerste plaats om te teef te sparen, maar ook de pups wennen hier vast weer aan.
Al met al heeft u nu heel veel informatie gekregen, we kunnen nog wel even doorgaan maar dan wordt het misschien alleen nog maar onduidelijker voor u.
Alles nog even op een rijtje, waar u op moet letten:
Ga ook verder kijken als u met het volgende wordt geconfronteerd
Bij twijfel, vraag ten alle tijden of u de pup mag laten controleren bij uw dierenarts voordat u daadwerkelijk overgaat tot koop. Een goede fokker zal hier geen bezwaar op hebben.
Zo zie je maar, er komt ook voor een fokker nog heel wat bij kijken, en vaak bij die fokkers, die al veel kosten gemaakt hebben, wordt er vaak ook nog gezegd, zo zo, 5 puppy's! Dat is makkelijk geld verdienen… Nu zal deze informatie de meeste mensen pas bereiken wanneer ze al een pup in huis hebben gehaald, maar aangezien voorkomen nog steeds beter is dan genezen, is onze vraag aan u, weet u iemand die een hondje wil gaan aanschaffen? Dan kunt u hier een belangrijke schakel in zijn……
Bron:
Centennial Conference Dutch Kennel Club, 2 juli 2002
Bron:Zijn heupdysplasie en elleboogdysplasie erfelijk?
Prof. Dr. H.A.W. Hazewinkel
Faculteit der Diergeneeskunde, Vakgroep Geneeskunde van Gezelschapsdieren,
Universiteit Utrecht
Inleiding
In
de veterinaire praktijk vallen heupdysplasie (HD) en elleboogdysplasie (ED)
onder de meest voorkomende orthopedische afwijkingen. Beide komen vooral voor
bij middelgrote en grote honden, beide zijn ontwikkelingsstoornissen, en beide
zijn voor de patiënt vaak een bron van veel pijn en ongemak. Daar komt nog bij
dat, niettegenstaande de inzet van individuele fokkers en rasverenigingen, HD en
ED onverwachts de kop kunnen opsteken bij een of meer honden terwijl nestgenoten
van diezelfde honden géén klinische tekenen van kreupelheid tonen. Alvorens in
te gaan op de vraag die in de titel van deze bijdrage wordt gesteld - zijn HD en
ED erfelijk? - geef ik eerst wat achtergrondinformatie over deze aandoeningen.
Ontwikkeling van heup- en
ellebooggewricht
Het
skelet van een hondenembryo is aanvankelijk een structuur van kraakbeen.
Kraakbeen is zacht weefsel dat groeit door celvermenigvuldiging en door
vergroting van de individuele kraakbeencellen. Dit is vergelijkbaar met het
meeste andere weefsel in het lichaam, maar anders dan botweefsel. Botweefsel
heeft een vaste structuur en bevat botcellen die zich niet kunnen delen en die
niet kunnen groeien. Tegen de tijd dat de pup wordt geboren, wordt het kraakbeen
in het midden en in de uiteinden van lange beenderen vervangen door bot. Alleen
tussen deze benige centra en aan het einde van het bot blijft kraakbeen
aanwezig, dat in dit stadium groeischijfkraakbeen wordt genoemd omdat het ervoor
zorgt dat het skelet na de geboorte nog kan groeien. Het kraakbeen van de
groeischijven tussen de benige delen zorgt ervoor dat de lange botten in de
lengte groeien. Het kraakbeen dat de botuiteinden van gewrichten bedekt zorgt
voor de groei in diameter van dat deel van het skelet. Het proces van
kraakbeengroei wordt gevolgd door transformatie van het kraakbeen naar het veel
hardere botweefsel. Wanneer dit verbeningsproces is voltooid en alle
groeischijven zijn vervangen door bot, groeit het skelet niet meer: het dier is
volgroeid. Maar dit betekent niet dat het verbeende skelet niet meer verandert
van vorm en samenstelling. Bot wordt afgebroken door speciaal daarvoor
toegeruste cellen en wordt waar nodig vervangen door andere cellen.
Botmodelleren begint al in de jeugd en gaat door bij volwassen dieren. De
groeicurve van opgroeiende honden van grote rassen verloopt steiler dan die van
jonge honden van kleine rassen, vooral tussen de eerste drie en zes
levensmaanden. Met andere woorden, de groei van pups van grote rassen gaat samen
met een snellere groei in kilo’s lichaamsgewicht en in centimeters botlengte per
week. Verschillen in groeisnelheid worden ook veroorzaakt door individuele
variatie in hormonen (mannelijke versus vrouwelijke hormonen) en in
milieuomstandigheden. Onder die laatste vallen ook de kwaliteit en de
hoeveelheid van de dagelijkse voeding. Deze factoren beïnvloeden niet alleen de
groei van kraakbeen maar ook de botvernieuwing. Het heupgewricht bestaat uit de
heupkom (het acetabulum) en de heupkop (caput femoris) op een hals. Bij de
opgroeiende hond bestaat de heupkom uit vier kleine botdelen, met kraakbeenzones
daartussen, zodat de doorsnede van de kom groter kan worden en zich kan
aanpassen aan de groei van de kop. De kop groeit via het proces van
kraakbeengroei en verbening tot bot. Tijdens de groei verandert de hals, waarbij
de contacthoek tussen kom en kop aangepast wordt. Kop en kom worden bijeen
gehouden door een kleine gewrichtsband, het kapsel van de gewrichtsholte en de
spieren rond het heupgewricht.
Een goede aansluiting en pasvorm zorgen dat kom en kop zich harmonieus kunnen ontwikkelen. Als de kop niet, of niet goed, in de kom zit, wordt de kom onvoldoende diep. Als de kraakbeengroei van de kop wordt belemmerd, dan blijft die te klein of ‘onvolwassen’ (en daarom kwetsbaar). Wordt de skeletomvorming belemmerd, dan is de richting van de hals niet aangepast aan het groeiende skelet. Het ellebooggewricht wordt gevormd door drie beenderen: de bovenarm (humerus) en de bijeenhorende botten in de onderarm, het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Deze drie beenderen passen perfect in elkaar, zodat de elleboog kan strekken en buigen. Verder kan de onderarm in zekere mate draaien (schroevendraaierbeweging), wat vooral een beweging is tussen spaakbeen en ellepijp. De ellepijp heeft twee belangrijke uitsteeksels: (1) het processus anconeus, dat van belang is bij het strekken van het gewricht, en (2) het processus coronoïdeus, dat van belang is bij de draaiende beweging van ellepijp rond spaakbeen. Zoals alle skeletonderdelen zijn het processus anconeus en het processus coronoideus aanvankelijk van kraakbeen; tijdens de groei wordt dit vervangen door benig weefsel. Dit verbeningsproces is met 5 tot 7 maanden zo goed als voltooid. Als de lengtegroei van spaakbeen of ellepijp wordt belemmerd, kan de kom die deze twee beenderen samen vormen onvoldoende aansluiten op de vorm van de kop van de bovenarm; het resultaat is een incongruentie met het gewrichtsvlak van de humerus. Als er abnormale schuifkrachten worden uitgeoefend op het processus anconeus of het processus coronoïdeus, kunnen deze afbreken. De ontwikkeling van kraakbeen ter afdekking van het benige deel van het processus coronoïdeus of op het gewrichtsvlak van de humerus kan verstoord worden, hetgeen tot plaatselijke verdikking kan leiden. Zo'n kwetsbaar stukje kraakbeen kan afbreken; het gevolg is een gefragmenteerd processus coronoideus of een los flapje kraakbeen.
Heupdysplasie (HD)
Door een stoornis in de normale ontwikkeling van heupkom en -kop en een slechte
aansluiting van deze beenderen zullen delen van het kraakbeenomhulsel overbelast
raken. Dit veroorzaakt vervorming van het kraakbeen en uiteindelijk misvorming
van het gewricht. Bovendien zal de instabiliteit van het gewricht leiden tot een
stoornis van het kraakbeen en gewrichtsontsteking, hetgeen pijnlijk is. De kop
zal uiteindelijk niet langer diep in de kom passen waardoor het heupgewricht
misvormd (dysplastisch) wordt. De gewrichtsontsteking wordt chronisch (osteoarthrose),
hetgeen leidt tot beperkte bewegingsmogelijkheid van de heupgewrichten en tot
pijn tijdens en vooral na activiteit. Bij osteoarthrose groeit nieuw bot (osteophyten)
aan de randen van het gewricht, rond de kom en op de hals. Deze osteophyten
woekeren alle kanten op, de groeisnelheid is afhankelijk van de ernst van de
osteoarthrose. Bij jonge honden van 4 tot 12 maanden is pijn de meest opvallende
klinische indicatie van HD: pijn tijdens het staan (de hond gaat snel weer
zitten), pijn tijdens het lopen (de hond weigert te lopen, loopt met zwaaiende
heupen), en pijn bij springen of klimmen. Een slechte of goede aansluiting van
kop en kom kan worden aangetoond met speciale klinische of radiologische
technieken. Met röntgenfoto’s kan de aansluiting van kop en kom objectief worden
gekwantificeerd door bepaling van de Norbergwaarde en botwoekeringen kunnen met
speciale radiologische beelden zichtbaar worden gemaakt. Bij oudere honden gaat
het vooral om pijn na te zware inspanning, en niet zozeer om niet graag te
willen of kunnen staan, lopen, springen of klimmen. Bij jonge honden met
HD-klachten kan een slechte aansluiting van kop en kom operatief gecorrigeerd
worden. Bij volwassen honden kan een kunstmatig gewricht ingebracht worden.
Niet-operatieve behandelingen zijn aangepaste lichaamsbeweging,
gewichtsbeperking en medicatie.
Elleboogdysplasie (ED)
De
term "elleboogdysplasie" (ED) omvat een aantal onderling onafhankelijke
afwijkingen die alle in het ellebooggewricht optreden en vooral voorkomen bij
jonge honden van grotere rassen. Deze afwijkingen veroorzaken pijn en leiden
uiteindelijk tot invaliderende osteoarthrose van het aangetaste gewricht.
De meest frequent voorkomende diagnoses van stoornissen die onder ED vallen,
zijn: (1) een losgeraakt processus aconeus (los processus anconeus = LPA); (2)
een losgeraakt of afgebroken processus coronoïdeus (LPC); (3) een los stukje
gewrichtskraakbeen afkomstig van de humerus (osteochondrosis dissecans, OCD);
(4) twee verschillende vormen van gewrichtsincongruentie met gestoorde groei van
de radius of de ulna (dat wil zeggen, de kom sluit niet perfect aan op het
gewrichtsvlak van de humerus). De losse stukjes bot of kraakbeen in het geval
van LPA, LPC of OCD irriteren het gewricht en veroorzaken pijn,
gewrichtsontsteking en uiteindelijk osteoarthrose. Elleboog Incongruentie (EI)
veroorzaakt schuifkrachten op en mogelijke losraking van het processus anconeus
of coronoïdeus, met als gevolg LPA of LPC. EI veroorzaakt ook te zware belasting
van een kleiner draagvlak van het gewricht, waardoor het kraakbeen wordt
aangetast met als gevolg pijnlijke gewrichtsontsteking en uiteindelijk
osteoarthrose.
Een hond met één aangetaste elleboog zal ergens tussen 4 en 6 maanden beginnen
te kreupelen. Als beide ellebogen door ED zijn aangetast, dan zullen de enige
indicaties waarschijnlijk een korte paslengte en een tegenzin om te rennen en te
spelen zijn. Bij klinisch onderzoek kan men een licht gekraak horen of voelen
als het gewricht wordt bewogen. LPA, OCD en EI kunnen zichtbaar gemaakt worden
op drie verschillende radiologische opnamerichtingen. LPC is in de beginfase
moeilijk te zien en wordt pas duidelijker zichtbaar als zich tekenen van
osteoarthrose ontwikkelen. Operatieve verwijdering van irriterende losse
fragmenten (LPA, LPC, OCD) of operatief vastzetten van het LPA, en chirurgische
correctie van incongruentie zijn geïndiceerd in de meeste gevallen van milde
osteoarthrose. Bij ernstige osteoarthrose van het ellebooggewricht is de
prognose voor volledig herstel matig tot slecht. Niet-operatieve behandeling van
osteoarthrose omvat verminderde dagelijkse inspanning, beperking van
lichaamsgewicht en medicatie om kraakbeengroei te bevorderen,
gewrichtsontsteking te remmen en pijn te verminderen.
Invloeden van het milieu op HD
en ED
Dr.
Kealy verrichtte een heel interessant onderzoek met 20 Labrador-paren. [1] Per
paar ging het om 2 nestgenoten van hetzelfde geslacht, die samen in één kennel
waren gehuisvest. Eén van de twee mocht zoveel eten als hij/zij wilde, terwijl
de ander 2/3 van die hoeveelheid kreeg. Met regelmatige tussenpozen werden alle
honden gewogen en geröntgend. De honden die onbeperkt mochten eten bereikten een
gemiddeld lichaamsgewicht van 32 kg, hun nestgenoten die de beperkte hoeveelheid
voedsel kregen bereikten een gemiddeld gewicht van 23 kg, terwijl alle honden
dezelfde beenlengte hadden. De losheid van de heupen (uitgedrukt met de
Norbergwaarde) en de mate van osteophytenvorming (osteoarthrose) was bij de
ongelimiteerd gevoerde honden groter dan bij de beperkt gevoerde honden. Voor
Duitse Doggen grootgebracht op voer met veel mineralen, vitaminen en energie
toonde dr. Hedhammar aan dat bij onbeperkt gevoerde honden het modelleren van
kop en hals van dijbeen achterbleef vergeleken me55t beperkt gevoerde
nestgenoten, waardoor de kop slechter in de kom past. [2] Dr. Kasström toonde
voor nesten van Duitse Herders, Golden Retrievers en Labrador Retrievers aan dat
onbeperkte voeding leidde tot frequentere en zwaardere HD dan gevonden werd bij
beperkt gevoerde nestgenoten. De uiteindelijke heupscore had meer te maken met
voeding en gewichtstoename dan met losheid van het gewricht bij de jonge hond.
[3] In Utrecht werd aangetoond dat bij Duitse Doggen grootgebracht op voer met een hoog calciumgehalte, de kraakbeenkernen in de elleboog op latere leeftijd verbeenden dan het geval was bij honden die opgroeiden met een gebalanceerd voer met een lager calciumgehalte. [4] Ook afwijkingen in de lengtegroei van het spaakbeen en de ellepijp, waardoor EI ontstaat, werden vaker gevonden bij Duitse Doggen die te veel calcium kregen. Tevens werden stoornissen in kraakbeentransformatie (OCD) vaker geconstateerd bij Duitse Doggen die opgroeiden met een calciumrijk voer dan bij nestgenoten met een gebalanceerd dieet. [5] Bij honden van kleine rassen veroorzaakte een hoge mineraalopname niet de skeletstoornissen die we bij de grote rassen zien. [6] Ook voeding met een hoog vitamine-D-gehalte kan leiden tot symptomen van OCD en/of verstoorde groei van spaakbeen of ellepijp. Onderzoek van Nap c.s. toonde aan dat voedsel met een hoog eiwitgehalte, zoals puppyvoer van goede kwaliteit, géén negatieve invloed heeft op de skeletontwikkeling. [7]
Samengevat: snelgroeiende honden kunnen HD en/of ED ontwikkelen wanneer ze worden grootgebracht op een mineralen- of vitaminenrijke voeding, of zelfs als ze een overdadige hoeveelheid gebalanceerd voer krijgen, terwijl ras- en zelfs nestgenoten die met correcte voeding.worden grootgebracht géén HD of ED krijgen. Hondenvoer met de optimale hoeveelheid mineralen, vitaminen, eiwitten en koolhydraten schept de basis voor een normale kraakbeenontwikkeling, voor verbening van het kraakbeen, en voor definitief modelleren van de beenderen. In vroeger tijden, toen er nog geen puppyvoer beschikbaar was met een lage mineraal- en energiebalans, adviseerden dierenartsen om puppies een voer voor volwassen honden te geven, om zo de opname van mineralen, vitaminen en energie te beperken. Maar de lagere energiewaarde van het voedsel dwong de pup om meer grammen van dat 'volwassen' voer te eten. Daardoor kwam ook de dagelijkse opname van mineralen en vitaminen boven de optimale hoeveelheid uit, waardoor skeletstoornissen zoals HD en ED onopzettelijk gestimuleerd werden. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat honden van reuzenrassen die grootgebracht worden op een gebalanceerd puppydieet met maximaal 0,8 tot 1% calcium (% van droge stof) zowel een versneld proces van botvernieuwing kennen als een niet-verstoorde kraakbeengroei en verbening van het kraakbeen. In combinatie met een verminderde energieopname schept dit puppyvoer de optimale omstandigheden voor een ongestoorde skeletontwikkeling.
HD en ED zijn dus geen
erfelijke afwijkingen?
We
hebben gezien dat voeding een belangrijke invloed heeft op de mate waarin HD en
ED optreden. Dit geldt vooral voor jonge honden van grote rassen, die sneller
groeien dan de pups van kleine rassen. Uit onderzoeken van Nap c.s. onder
dwergpoedels bleek dat een teveel aan mineralen slechts milde, klinisch
niet-relevante gevolgen had voor de skeletontwikkeling bij deze kleine tot
middelgrote honden.
Dr. Ubbink en anderen toonden aan dat bij de Nederlandse Labradorpopulatie ED
wordt aangetroffen in bepaalde verwante subpopulaties. Daarnaast toonde Ubbink
aan dat LPC en OCD voornamelijk in verschillende subpopulaties optreden, en
slechts zelden tegelijk in dezelfde subpopulatie worden gevonden. [8] In een
onderzoek onder Berner Sennenhonden met röntgenologisch gediagnosticeerde ED
(met name LPC met EI) bleek dat deze honden dezelfde levensstijl, huisvesting en
voedingsregimes hadden als een vergelijkbare groep Berner Sennenhonden met
ED-vrije ellebooggewrichten op röntgenfoto’s. Deze studies lijken aan te geven
dat de ontwikkeling van ED onafhankelijk is van voeding, levensstijl of
huisvesting. Populatieanalyse gaf aan dat HD en ED een lage erfelijkheidsgraad (h²)
hebben, die voor verschillende onderzochte rassen onder min of meer uniforme
milieuomstandigheden varieert van 0,2 tot 0,6 voor HD, en van 0,24 tot 0,55 voor
ED. [9] Met andere woorden: zowel HD als ED vereist een sterke invloed van het
milieu om duidelijk tot uiting te komen.
Als we de resultaten van bovenstaande studies combineren, kan geconcludeerd worden dat HD en ED optreden bij honden van bepaalde rassen en dat deze afwijkingen zich zullen ontwikkelen onder bepaalde milieuomstandigheden. Naar de invloed van voeding - één van die omstandigheden - is veel onderzoek gedaan. Theoretisch zou het mogelijk zijn honden van kwetsbare rassen op te laten groeien onder milieuomstandigheden die het tot uiting komen van HD en ED bevorderen, om zo de genotypische lijders te vinden. We zullen echter meer geneigd zijn om jonge honden van HD- en ED-gevoelige rassen groot te brengen met een optimale kwaliteit en kwantiteit van voeding, en met beperkte beweging, om niet het risico te lopen dat we de ontwikkeling van skeletstoornissen stimuleren. Het gevolg daarvan is dat de genotypen van HD en ED onopgemerkt blijven in de populatie, en pas naar voren komen in een volgende generatie, als nakomelingen van fenotypisch vrije honden onder minder gunstige omstandigheden worden grootgebracht. Om te voorkomen de genen voor HD en ED in de populatie verspreid raken, dienen de fokdieren nauwgezet op HD en ED onderzocht te worden, met de meest moderne technieken. Voor de fokkerij moeten honden met onaangetaste gewrichten of met de minst ernstige gradatie van de stoornis worden ingezet.
Onderzoek van volledige nesten van Labrador Retrievers toonde aan dat uit fenotypisch gezonde ouders honden met ED worden geboren. [10] Uit analyse bleek dat het gen voor LPC in dit ras hoogstwaarschijnlijk dominant met variabele expressie is: vooral bij reuen correspondeert het genotype met het fenotype, terwijl bij de teven het gen voor LPC verborgen kan blijven. Deze wijze van vererving is een tweede oorzaak voor onverwacht her-optreden van een skeletafwijking in een volgende generatie. Onderzoek bij honden met HD heeft aangetoond dat dit wellicht een polygenetische stoornis is, waarbij meerdere afwijkende genen moeten samenkomen om de HD tot uiting te brengen in een aangetaste hond. [11]
Aanvullend op het onderzoek van individuele fokdieren, zal nakomelingen- en familieonderzoek helpen om inzicht te krijgen in de genotypen van het fokmateriaal. Er zijn aanwijzingen, op basis van recent moleculair-biologisch onderzoek, dat zowel HD als ED "major gene" fenomenen zijn, dat wil zeggen dat één of meer genen een hoofdrol spelen bij het optreden van deze afwijkingen. Het is de verantwoordelijkheid van de internationale kennelclubs om onderzoek te stimuleren en te ondersteunen om deze genen te lokaliseren, om zo de dragers, die de afwijkende genen aan de volgende generatie doorgeven, te kunnen opsporen. Het zal nog enige hondengeneraties duren alvorens DNA-onderzoek voor HD of ED realiteit is. Daarom is het nu tijd dat de internationale kennelclubs tot een uniform systeem van beoordeling en registratie komen en bekendmaken op welke methode hun beoordeling is gebaseerd, zodat fokkers in binnen- en buitenland inzicht krijgen in de status van heup- en ellebooggewrichten. Op dit moment hebben we te maken met een gevaarlijke paradox: honden uit landen met de meest gevoelige beoordelingsmethode voor HD en ED kunnen lager scoren en het daardoor op de internationale markt verliezen van honden die getest zijn met behulp van onderzoeksmethoden die volgens de moderne veterinaire inzichten niet meer acceptabel zijn.
Samenvatting
HD
en ED zijn beide stoornissen in de ontwikkeling van het snelgroeiende skelet,
die samengaan met veel lijden voor de aangetaste honden en hun eigenaars. In
risicorassen treden HD en ED veelvuldiger en in ernstiger mate op bij honden die
worden grootgebracht op voer met een hoog vitamine- of mineralengehalte, op voer
verrijkt met mineraal- of vitaminesupplementen, of wanneer het voedselaanbod
onbeperkt is. Anderzijds kan een verlaagde inname van calcium (optimaal is
0,8-1,0% Ca/droge stof) en beperkte energieopname het optreden van HD en ED
onderdrukken. De wijze van vererving, de lage erfelijkheidsgraad en de grote
invloed van milieuomstandigheden (vooral dagelijkse voeding) op het optreden van
HD en ED in genotypisch aangetaste dieren kunnen de redenen zijn dat fokdieren
waarvan werd aangenomen dat zij vrij waren van HD en ED toch lijders onder hun
nakomelingen hebben. DNA-testen dienen het toekomstige doel voor internationale
kennelclubs en rasverenigingen te zijn. Nauwgezet en consequent testen van
fokdieren en hun naaste verwanten, en heldere internationale certificering van
heup- en elleboogstatus zijn de belangrijkste punten voor de hedendaagse
kynologie om verspreiding van de genen gerelateerd aan HD en ED binnen de
risicorassen, en daarmee het optreden van deze invaliderende stoornissen, tegen
te gaan.