Tekstvak: Betrouwbare Fokker
    

StatementsHoe herken de FokkerHoofdlijnen op één rij

Hoe vind ik een betrouwbare fokker, een eerlijke fokker die serieus met zijn "vak": bezig is. Deze vraag wordt overal met grote regelmaat gesteld. Graag geven wij vanuit onze visie een uitleg. Zeker niet om u over te halen om bij ons te komen, want er zijn meerdere goede fokkers en wij beschikken maar incidenteel over pasgeboren pups.

Daarom hieronder deze toelichting.
Wanneer mensen met een puppy op cursus komen, vertellen ze vaak dat hun pup van een goede fokker komt, dat is fijn. Maar wat is nou de definitie van een "goede fokker"? Ben je een goede fokker als je hondjes fokt met een stamboom en daarnaast ook inent en ontwormd? Met slecht één ontworming mag je al zeggen dat de pups ontwormt zijn. De ontworming moet toch zeker iedere 2 weken herhaald worden. Dat betekend dat een jonge pup al minstens 3 keer ontwormt zou moeten zijn voordat deze met u mee naar huis mag.

Wij willen zeker niet andere fokkers te kort komen of u een vervelend gevoel bezorgen. Wij hopen alleen met een artikel zoals deze, mensen te bereiken om bewust na te laten denken  over de inhoud van dit onderwerp "een betrouwbare fokker". Hopelijk zal dit bijdragen om zelf het kaf van het koren te kunnen scheiden.

Omhoog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele statements
Een stamboom is niets meer dan een afstammingsbewijs en wil zeggen dat als deze afgegeven is door de Raad van Beheer, dat het een rashond betreft welke erkend is door de FCI. Een stamboom heeft wel wat voordelen met betrekking tot bepaalde takken van hondensport of als je met de hond naar een tentoonstelling wilt gaan. Op een stamboom kun je verder gegevens terug vinden of achterhalen met betrekking op gezondheid, maar dan moeten de ouderdieren hier wel op gecontroleerd zijn. Verder staan geboortedatum e.d. gegevens vermeld.

Waar veel mensen warm van lopen, is als er sprake is van een kampioen afstamming. Dit is erg leuk om te kunnen vertellen. Helaas zegt een kampioenafstamming niets over de gezondheid!

Wanneer je een bepaalde raskeuze hebt, is het verstandig om van tevoren informatie in te winnen over de (on)gezondheid van dit ras.
Vaak zijn erfelijke afwijkingen in meer of mindere mate bekend binnen een ras. Wanneer dit een ras van uw keuze is, is het natuurlijk belangrijk dit mee te nemen in de overweging bij welke fokker uw pup vandaan gaat komen. U kunt dit aan de fokker vragen, of nog beter, aan een dierenarts. Ook door te zoeken op internet zal u veel informatie kunnen vinden. Bij de meeste mensen is de heupafwijking HD (Heup Dysplasie) bekend. Vaak wordt gezegd dat de ouders geen HD hebben, maar zijn de ouders er wel op gecontroleerd? Vraag hierna, en ook naar de uitslagen hiervan. Zorg wel vooraf dat u weet (internet) welke uitslag wenselijk is, of hierbij dicht in de buurt komt. Bijvoorbeeld, een heupuitslag krijg je enkel wanneer er foto's zijn gemaakt door een hiervoor gecertificeerde dierenarts en deze foto's  vervolgens opstuurt naar een van deze dierenarts onafhankelijk beoordeling "panel". Foto's welke gemaakt zijn bij de dierenarts, kan door de ene bestempeld worden als "redelijk goed" en door de andere als "niet al te goed".

Daarnaast gebeurt het helaas met regelmaat, dat beide ouderdieren aangetoond HD vrij zijn, en toch nakomelingen voortbrengen met HD.

Er zijn ook fokkers welke vinden dat hun honden goede heupen hebben enkel omdat ze "goed" lopen of dat ze met de achterpoten gestrekt kunnen liggen. Dit zegt misschien wel iets, maar ook een hond met slechte heupen en een goede bespiering, zo blijkt in praktijk, kan in veel gevallen goed lopen.

Dit hele verhaal gaat natuurlijk op voor meerdere voorbeelden met afwijkingen.
Een oogafwijking als entropion (naar binnen gekrulde oogleden welke erg hinderlijk is voor een hond), is vanaf de buitenkant zichtbaar.
Echter, als de ouderdieren hieraan geopereerd zijn, zie je dit niet, maar het zit wel in de genen. Hier kan Uw Maltezer zijn traanstrepen van krijgen door overvloedig traanvocht wat geproduceerd wordt door de naar binnen gegroeide haren
 

Een knie afwijking zoals patella luxatie naar mediaal is een probleem bij kleinere rassen. Dit wil zeggen dat de knieschijf naar de binnenkant van de knie wegschiet Het kniegewricht wordt gevormd door het dijbeen en het scheenbeen. Voor op het dijbeen loopt een sleuf waar de knieschijf normaliter in ligt. Aan de knieschijf zit de kniepees die op haar beurt weer vast zit aan een beenkam op het scheenbeen. Bij sommige honden is de sleuf in het dijbeen ondiep en zit de aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen toe. De knieschijf kan dan makkelijk uit z'n sleuf naar binnen toe schieten. Als dit gebeurt spreken we van een patella luxatie.De precieze wijze van overerving is niet bekend, maar zal waarschijnlijk op meerdere factoren berusten, net zoals b.v. HD. Het is zelfs niet uitgesloten dat wanneer je beide ouderparen hebt laten controleren op patella dat de pups het absoluut niet kunnen krijgen. Ook hier berust de luxatie op meerde factoren. het is echter wel af te raden dat wanneer een fokhond een luxatie vertoond deze uit te sluiten van verdere fokprogramma's. Een "goede" fokker zou zo'n ouder uit moeten sluiten van zijn fokkerij, tenzij er geen gezondere honden van dit ras meer zijn. Veel fokkers zullen dit niet doen, want, het is toch weer een fokteef minder. Als er toch met een bepaalde afwijking bewust wordt gefokt, moet dit door de fokker gemeld worden, daarmee stelt hij/zij zichzelf in veiligheid voor het geval dat. Want tegenwoordig kun je een fokker aansprakelijk stellen, als blijkt dat deze onzorgvuldig gehandeld heeft. Dit moet dan wel aantoonbaar zijn. Persoonlijk vinden wij dat een fokker ook zijn verantwoordelijkheid behoord te behouden.

Tegenwoordig weet men, dat naast erfelijke factoren ook andere aspecten van
invloed zijn op o.a. de heupen van een hond.
Wanneer een eigenaar van een dergelijke hond zich meld met deze klacht, heeft niemand er iets aan om op dat moment met de vinger naar elkaar te gaan wijzen. Natuurlijk zien wij graag dat er op alle aspecten verantwoording gedragen wordt, zowel door een fokker als door een nieuwe eigenaar. Echter, er zijn tig honden welke van alles hebben gedaan en welke geen hinder van slechte heupen ervaren. Wat dat betreft denk ik ook wel eens, laat ze alles doet "wat god verboden" heeft. De honden welke dan goede heupen blijken te hebben, moeten genetisch gezien wel goed in elkaar zitten..

Dan is er nog een heel belangrijk gedeelte en dat betreft het karakter. Het karakter wordt gevormd door de opvoeding, hoor ik vaak zeggen in de wandelgangen. Deels is dit zeker waar, echter, in combinatie met dat stukje wat ze genetisch mee hebben gekregen.
Ook hierop is selectie van ouderdieren van toepassing. Zo zouden, naar ons idee, honden die erg snel tot bijten overgaan,
(wanneer dit niet aangeleerd is) uitgesloten moeten worden van de fokkerij. Honden die erg angstig of gestrest zijn, zouden ook niet als fokdier ingezet moeten. Deels omdat dit genetisch is (wat er niet in zit komt er ook niet uit) en een gestreste moeder is ook niet echt een goed voorbeeld voor de puppy's, die dit gedrag weer kopiëren.

Na het bovenstaande gelezen te hebben, hopen wij dat je nu ook kan zeggen dat ook gezondheid en karakter zeer belangrijk zijn, een fraai uiterlijk is mooi meegenomen. Je hebt nieuwe eigenaren die al gewend zijn om een hond op te voeden, maar je hebt ook nieuwe eigenaren die voor het eerst een hond aanschaffen. Het is dan ook prettig als je met vragen terug kunt vallen op de fokker. Het doet er bij problemen in de eerste plaats niet toe bij wie een eventuele fout ligt, eerst overleggen wat te doen, daar is een hond en ook de eigenaar mee geholpen.

Bij de serieuze fokker, zal belangstelling voor hond en nieuwe eigenaar blijven, en niet enkel tot de centen binnen zijn. Als het met de pup of volwassen hond niet goed gaat, en dat zal zeker een keer voorkomen, moet je hier samen met de fokker een gepaste oplossing voor kunnen vinden. Goede communicatie is dus van belang. Voor de fokker is het echter ook leuk om de positieve kanten van hun gefokte pup te horen, en niet enkel over dingen die niet goed gaan.

  

Omhoog

 

 

 

 

 

 

 

       

Hoe herken je een goede fokker?
Misschien wanneer het er spik en span en steriel eruit ziet ? Als de puppies in een keurig betegelde ruimte zitten, die schoon is, fris ruikt en hygiënisch beoogt? Echter, deze  ruimte is een omgebouwde schuur waar de pups enkel gehuisvest zitten. Wij zouden u aanraden hier geen enkele pup vandaan te halen.
Het is voor jonge puppy's zeer belangrijk dat ze wennen aan allerlei geluiden, zoals de radio, televisie, stofzuiger, kinderen, noem maar op, eigenlijk alles waar ze later ook mee geconfronteerd worden. Zie hier ook het onderwerp Socialisatie van de pup. Haal je een pup met 7 weken uit deze keurige schuur, dan is er best nog veel in te halen. Maar verkoopt deze fokker niet alle puppy's op tijd, en wordt zo'n vertederend hondje met 12 weken uit deze ruimte gehaald, heeft deze al zoveel gemist dat dit niet meer in te halen is. Op deze manier komt er al een flinke onderscheiding tussen een fokker met een aantal (gemiddeld vijf) honden van één ras of een puppyfarm, die tientallen rassen aanbied. Het is dan op je vingers na te tellen dat deze hondjes nooit zo intensief allerlei indrukken hebben opgedaan, als een nestje wat in de huiskamer is opgegroeid.

Het is een groot verschil als er bijvoorbeeld enkele keren per dag iemand even de schuur binnenloopt om de pups mogelijk te aaien in vergelijking met pups welke continu in huis verblijven. Wat wij vaak ervaren met puppy's uit de "handel" is dat deze puppy's niet hun rust kunnen nemen in een prikkelrijke omgeving. Dat is helemaal niet zo gek als je bedenkt dat ze enkel gingen rusten in een rustige omgeving. Dit is te vergelijken met het stofzuigen als de baby slaapt.

Van 3 tot 12 weken is een belangrijke periode. Het grootste gedeelte van deze periode zijn de pups bij de fokker.
Het is daarom de meest geschikte periode om ze met van alles en nog wat kennis te laten maken. Met andere rassen, andere dieren, verschillende soorten mensen (klein, dik, dun, snor, kinderen, bril, donkere huidskleur enz). Zijn de pups al meerdere keren buiten geweest? Zo zal  het met zindelijk maken niet opeens doodeng zijn in een nieuwe en vreemde omgeving met o zo veel afleiding. Van plassen zal dan al geen sprake meer zijn. En alvast een paar keer mee in de auto. Dit gebeurt meestal pas wanneer de pup de reis naar hun nieuwe huis maakt. Is dit een aardig stukje rijden, dan is de kans groot dat de pup zich niet lekker voelt en er gespuugd gaat worden. Veel mensen hebben ervaring met wagenziekte van honden, en net zoveel honden blijven een hekel houden aan autorijden. Dit hoeft niet wanneer er rustig aan gewenning plaatsvindt. Het is zo simpel om even aan te leren met broertjes/zusjes en voor het vertrouwen de moederhond. Het kost weinig tijd en je voorkomt veel onnodige ellende. Wanneer een fokker tig nestje heeft "liggen" is voorwerk als deze vrijwel niet mogelijk.

Met 12 weken zit een pup in de angstfase. Dit betekent in de praktijk dat de pup eerst angstig reageert op nieuwe prikkels.
Alles waarmee ze al kennis hadden opgedaan is lekker meegenomen. Het is daarom van groot belang dat de pup naar de nieuwe eigenaar gaat zo tussen de 7de en de 8e week. Je kunt dan nog optimaal gebruik maken van die nieuwsgierige periode. Maar dan moet je wel enigzins iets ervaring hebben en of aanleg hebben om met een pup om te gaan. Als je echt voor het eerst in aanraking komt met een hond dan zijn de eerste 9 weken levens weken alvast een goede start voor de pup bij de fokker. Een goede fokker laat ook niet eerder de pup weg gaan wanneer het nog zoogt bij de moeder. De ene pup heeft langer en meer behoefte aan het contact met de moederhond dan de ander. Het kan dus voorkomen dat je de pup niet eerder mee krijgt, maar dit legt de fokker je dan ook uitvoerig uit.


Het voordeel bij massa fokker is dat de teef weer snel kan "opdrogen" en herstellen voor een volgend nest. Weet u dat verkopers van verschillende ras en/of kruising pupjes deze helemaal niet zelf fokken? Steeds meer mensen weten dat veel van dergelijke pups vanuit het oostblok komen. Ook in Nederland komen dergelijke "bedrijven" voor. Vaak in verouderde varkensstallen welke niet meer als zodanig gebruikt kunnen worden vanwege de steeds strengere wetgeving. Pups fokken is een betere handel dan een fokzeug (fokvarken) te laten biggen.
We hebben dit van dichtbij meegemaakt. lange stallen op een rij, afmeting ongeveer 1,50 bij 1 meter.
Hierin verblijft 1 teef met pups. Er staat een bak in, die naar ons zeggen eens per week bij gevuld wordt met water en niet omgespoeld wordt. In een goot word voer, oud brood en groente gegooid. Naar ons inziens waren deze stallen zeker een jaar niet schoongemaakt. Eens per week werden de pups even visueel gecontroleerd door de fokker. Dit noemen zij dan contact met de fokker! De tussenhandel zijn de "fokkers" welke o.a. op internet te vinden zijn. Zij kopen de pups uit de varkensschuren, voor prijzen van bijvoorbeeld 100 per stuk, en verkopen deze door voor zo'n 350 tot 500 euro.

Dit soort praktijken, kan enkel gestopt worden als mensen eens stoppen een puppy zielig te vinden en deze toch te kopen ondanks dat ze geen goed gevoel hadden bij het zien van de omgeving. Ze voelen zich de redder van deze pups. Met pups als deze, is het een uitzondering als deze geen gedrag gaan vertonen welke door eigenaren als "probleem" bestempeld worden.

Enkele voorbeelden die bestempeld kunnen worden door de eigenaren: 
  • eigen nest bevuilen, deze zijn zeer moeilijk zindelijk te krijgen.
  • weinig rust, lijkt op ADHD, reageren op alle prikkels in hun omgeving, kunnen zodoende ook nauwelijks enig seconden hun aandacht op iets houden.
  • hebben geen grenzen aangeleerd, accepteren deze dan ook niet als zodanig wat het opvoeden zeer bemoeilijkt. Agressie treed gemakkelijker op.
  • bijten te hard, niet geleerd van moeder. Pakken het voer erg hardhandig uit je hand. Geeft ook gevaar wanneer ze eens happen.
  • Je wilt dit uiteraard van geen enkel hond, echter, van een dergelijke hond die plotseling toehapt kun je vrijwel zeker naar de huisarts gaan.  
  • angstig/stress wat weer ten nadele komt van de belangrijke periode waarin de pup zich bevind.
  • voernijd, altijd moeten delen, wel natuurlijk maar niet gewenst
  • vaker ziektes bij zich wat weer een tekortkoming in hun socialisatie periode geeft. Je kan deze namelijk niet uitstellen.  
  • slechte tot geen enkele nazorg
  • Maar, er is ook een voordeel..Deze pups zijn voordeliger!! Goedkoop is duurkoop kan hierop wel erg van toepassing zijn.

    Daarbij komt ook het financiële aspect dat mensen wel hetzelfde trachten te bemachtigen voor zo weinig mogelijk geld. Deze mensen kunnen maar beter niet naar de erkende fokker gaan. Het is niet per definitie dat je de hoofdprijs betaald bij een erkende fokker, Maar bij de erkende fokker zit ook de now how achter, jaren ervaring, kennis en een enorme input ter verbetering en handhaving van het rassoort. Dit kost nu eenmaal veel geld, maar de zuiverheid van de pup blijft hier wel door gewaarborgd. Wij als erkende fokker fokken juist op die eigenschappen die de Maltezer juist zo geliefd maken.  Ook hebben de fokkers te maken met relatief kleine nestjes, 3 a 4 pups terwijl bij Dobermanns of Golden Retrievers een nest van 12 geen uitzondering is. De inentingen en consultants zijn wat dat betreft net zo duur of je nu een klein nestje hebt of of een groot nest.

    Vergeet niet de tijd die erin gestoken moeten worden om de pup te socialiseren. Een pup uit de handel, zoals we het vaker hebben beschreven, of een pup uit de schuur/ loods of puppyfarm, zal veel meer tijd vragen om te socialiseren dan een pup die bij een goed fokker vandaan. Houd hier zeker rekening mee, want u betaald u zelf hierin terug. Het zachtjes leren aanpakken van een voertje, het eigen nest bevuilen, hypergedrag, kort de aandacht vast kunnen houden, nauwelijks grenzen accepteren, dit alles vergt veel extra tijd en begeleiding. Deze energie en tijd zult u er dan zelf in moeten stoppen. U zult de achterstand van de socialisatie in moeten halen, mits dit nog mogelijk is.

    Wat ook van belang is, de leeftijd van het scheiden tussen moeder en pups. Door veel fokkers wordt dit in een te vroeg stadium gedaan. Met 5 weken is geen uitzondering. Wat geconstateerd wordt is een pup die geheel zelfstandig eet, en een moederhond welke toch vrijwel geen melk meer voor ze heeft.

    Het grote voordeel van puppy's die tot en met de 7e week bij de (sociale) moeder verbleven, is dat de opvoeding deels al door haar is bijgebracht. Deze puppy's zullen in de regel "zachter" in de bek zijn. Wanneer een pup op die leeftijd bijv. te hard bijt in de tepel, zal deze gecorrigeerd worden door de moeder d.m.v. een snuitbeet (Inhibited bite). Ze leert ze grenzen aan.

    Bij veel fokkers wordt de toegang om verder te kijken niet toegelaten. Dit zijn vaak adressen waar meerdere nesten pups zitten. Als rede wordt dan gegeven dat er kans op besmetting van een bacterie is, echter, vaak is er dan iets te verbergen. Wel kan het zijn dat u niet aan de puppy's mag komen, maar als zelfs kijken niet toegestaan is, bedenk u dan wel waar u aan begint. Zo geïsoleerd opgroeien geeft in ieder geval een blijvende schade! Gaat u bij nestjes met puppy's kijken, doe dat dan bij niet meer dan één adres per dag, dit i.v.m. eventuele bacteriën die u mee zou kunnen nemen naar het volgende adres.

    Veel fokkers wegen hun pups dagelijks. Het gewicht is niet zo spannend voor u. In de begin periode geeft het dagelijkse gewicht belangrijke informatie door aan de fokker of het goed gaat met deze pup. Wanneer u echter op een fokker stuit welke de pups weegt, realiseert u zich dan dat dit in de praktijk betekend dat deze fokker de pups dagelijks in handen heeft gehad. Dit is enorm van toegevoegde waarde. De pups zullen vanaf het allereerste begin al wennen aan mensengeur en voor hen zullen mensen net zo in hun roedel behoren zoals wij dat met onze honden steeds vaker wensen. De moederhond heeft dit daarnaast ook toegelaten, ook dit zegt iets over het het gedrag van deze honden. In de toekomst zult u verzorging moeten geven aan uw pup. Het is prettig als u dit zonder al te veel tegenwerking van de pup kunt uitvoeren. Het is zo prettig om oren schoon te kunnen maken zonder een gevecht aan te moeten gaan, of wat denkt u van uw hond op de tafel bij de dierenarts te tillen. Veel fokkers knippen zelfs al meerdere keren de nageltjes van de pups. In de eerste plaats om te teef te sparen, maar ook de pups wennen hier vast weer aan.

    Al met al heeft u nu heel veel informatie gekregen, we kunnen nog wel even doorgaan maar dan wordt het misschien alleen nog maar onduidelijker voor u.

     

    Omhoog

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Alles nog even op een rijtje, waar u op moet letten: 

  • De pups moeten levendig, schoon, ingeënt en ontwormd zijn.
  • De moederhond moet bij de pups aanwezig zijn. Ze hoort zich onbezorgd te gedragen.
  • De moederhond zal hoogstens iets beschermend zijn naar haar pups, maar zeker niet angstig of agressief naar mensen.
  • De pups moeten opgroeien in een huis. Dat is essentieel voor hun socialisatie.
  • Let op de hygiëne in en rond het nest.
  • De fokker zal, zonder tijdsnood, vragen naar u en uw omgeving, wij willen weten waar de pup terecht komt.
  • In de aanloop van de geboorte en de eerste weken tot de overdracht, zal de fokker geregeld contact met u opnemen en uitnodigen.
  • De fokker zal (bij keus en reservering) u een reserveringsovereenkomst geven en daarbij ook inhoudelijk het koopcontract bespreken.
  • De fokker zal na de overdracht contact met u opnemen of de eerste dagen goed zijn verlopen.
  • De fokker stelt het zeker opprijs als hij een enkele keer een berichte krijgt hoe het gaat met de pup/Maltezer
  • De pups pas weg mogen wanneer de pup duidelijk niet meer afhankelijk is van moedermelk. ook al is dit na 9 weken.
  • Controleer de papieren: je hoort een inentingsboekje, paspoort/chipcertificaat en een koopovereenkomst mee te krijgen.

    Ga ook verder kijken als u met het volgende wordt geconfronteerd  

  • Als er met 2 rassen wordt gefokt.
  • Wanneer er altijd nestjes beschikbaar zijn.
  • Als de prijs omhoog gaat wanneer je een pup hebt uitgekozen
  • Als de prijs omhoog gaat wanneer u om de stamboom vraagt.
  • Als de pups jonger zijn dan 8 weken. (wettelijk mogen de pups met 7 weken weg, maar wij vinden dit niet verstandig)
  • Wanneer u plotseling wordt geconfronteerd bij het ophalen van uw pup dat deze niet meer beschikbaar is.
  • U kunt geconfronteerd worden, dat de fokker meer kan vangen voor diezelfde pup, ga direct bij een ander kijken.

    Bij twijfel, vraag ten alle tijden of u de pup mag laten controleren bij uw dierenarts voordat u daadwerkelijk overgaat tot koop. Een goede fokker zal hier geen bezwaar op hebben.

    Zo zie je maar, er komt ook voor een fokker nog heel wat bij kijken, en vaak bij die fokkers, die al veel kosten gemaakt hebben, wordt er vaak ook nog gezegd, zo zo, 5 puppy's! Dat is makkelijk geld verdienen… Nu zal deze informatie de meeste mensen pas bereiken wanneer ze al een pup in huis hebben gehaald, maar aangezien voorkomen nog steeds beter is dan genezen, is onze vraag aan u, weet u iemand die een hondje wil gaan aanschaffen? Dan kunt u hier een belangrijke schakel in zijn……

     Omhoog

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Bron: Centennial Conference Dutch Kennel Club, 2 juli 2002
    Bron:Zijn heupdysplasie en elleboogdysplasie erfelijk?

    Prof. Dr. H.A.W. Hazewinkel
    Faculteit der Diergeneeskunde, Vakgroep Geneeskunde van Gezelschapsdieren, Universiteit Utrecht

    Inleiding
    In de veterinaire praktijk vallen heupdysplasie (HD) en elleboogdysplasie (ED) onder de meest voorkomende orthopedische afwijkingen. Beide komen vooral voor bij middelgrote en grote honden, beide zijn ontwikkelingsstoornissen, en beide zijn voor de patiënt vaak een bron van veel pijn en ongemak. Daar komt nog bij dat, niettegenstaande de inzet van individuele fokkers en rasverenigingen, HD en ED onverwachts de kop kunnen opsteken bij een of meer honden terwijl nestgenoten van diezelfde honden géén klinische tekenen van kreupelheid tonen. Alvorens in te gaan op de vraag die in de titel van deze bijdrage wordt gesteld - zijn HD en ED erfelijk? - geef ik eerst wat achtergrondinformatie over deze aandoeningen.

    Ontwikkeling van heup- en ellebooggewricht
    Het skelet van een hondenembryo is aanvankelijk een structuur van kraakbeen. Kraakbeen is zacht weefsel dat groeit door celvermenigvuldiging en door vergroting van de individuele kraakbeencellen. Dit is vergelijkbaar met het meeste andere weefsel in het lichaam, maar anders dan botweefsel. Botweefsel heeft een vaste structuur en bevat botcellen die zich niet kunnen delen en die niet kunnen groeien. Tegen de tijd dat de pup wordt geboren, wordt het kraakbeen in het midden en in de uiteinden van lange beenderen vervangen door bot. Alleen tussen deze benige centra en aan het einde van het bot blijft kraakbeen aanwezig, dat in dit stadium groeischijfkraakbeen wordt genoemd omdat het ervoor zorgt dat het skelet na de geboorte nog kan groeien. Het kraakbeen van de groeischijven tussen de benige delen zorgt ervoor dat de lange botten in de lengte groeien. Het kraakbeen dat de botuiteinden van gewrichten bedekt zorgt voor de groei in diameter van dat deel van het skelet. Het proces van kraakbeengroei wordt gevolgd door transformatie van het kraakbeen naar het veel hardere botweefsel. Wanneer dit verbeningsproces is voltooid en alle groeischijven zijn vervangen door bot, groeit het skelet niet meer: het dier is volgroeid. Maar dit betekent niet dat het verbeende skelet niet meer verandert van vorm en samenstelling. Bot wordt afgebroken door speciaal daarvoor toegeruste cellen en wordt waar nodig vervangen door andere cellen. Botmodelleren begint al in de jeugd en gaat door bij volwassen dieren. De groeicurve van opgroeiende honden van grote rassen verloopt steiler dan die van jonge honden van kleine rassen, vooral tussen de eerste drie en zes levensmaanden. Met andere woorden, de groei van pups van grote rassen gaat samen met een snellere groei in kilo’s lichaamsgewicht en in centimeters botlengte per week. Verschillen in groeisnelheid worden ook veroorzaakt door individuele variatie in hormonen (mannelijke versus vrouwelijke hormonen) en in milieuomstandigheden. Onder die laatste vallen ook de kwaliteit en de hoeveelheid van de dagelijkse voeding. Deze factoren beïnvloeden niet alleen de groei van kraakbeen maar ook de botvernieuwing. Het heupgewricht bestaat uit de heupkom (het acetabulum) en de heupkop (caput femoris) op een hals. Bij de opgroeiende hond bestaat de heupkom uit vier kleine botdelen, met kraakbeenzones daartussen, zodat de doorsnede van de kom groter kan worden en zich kan aanpassen aan de groei van de kop. De kop groeit via het proces van kraakbeengroei en verbening tot bot. Tijdens de groei verandert de hals, waarbij de contacthoek tussen kom en kop aangepast wordt. Kop en kom worden bijeen gehouden door een kleine gewrichtsband, het kapsel van de gewrichtsholte en de spieren rond het heupgewricht.

    Een goede aansluiting en pasvorm zorgen dat kom en kop zich harmonieus kunnen ontwikkelen. Als de kop niet, of niet goed, in de kom zit, wordt de kom onvoldoende diep. Als de kraakbeengroei van de kop wordt belemmerd, dan blijft die te klein of ‘onvolwassen’ (en daarom kwetsbaar). Wordt de skeletomvorming belemmerd, dan is de richting van de hals niet aangepast aan het groeiende skelet. Het ellebooggewricht wordt gevormd door drie beenderen: de bovenarm (humerus) en de bijeenhorende botten in de onderarm, het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Deze drie beenderen passen perfect in elkaar, zodat de elleboog kan strekken en buigen. Verder kan de onderarm in zekere mate draaien (schroevendraaierbeweging), wat vooral een beweging is tussen spaakbeen en ellepijp. De ellepijp heeft twee belangrijke uitsteeksels: (1) het processus anconeus, dat van belang is bij het strekken van het gewricht, en (2) het processus coronoïdeus, dat van belang is bij de draaiende beweging van ellepijp rond spaakbeen. Zoals alle skeletonderdelen zijn het processus anconeus en het processus coronoideus aanvankelijk van kraakbeen; tijdens de groei wordt dit vervangen door benig weefsel. Dit verbeningsproces is met 5 tot 7 maanden zo goed als voltooid. Als de lengtegroei van spaakbeen of ellepijp wordt belemmerd, kan de kom die deze twee beenderen samen vormen onvoldoende aansluiten op de vorm van de kop van de bovenarm; het resultaat is een incongruentie met het gewrichtsvlak van de humerus. Als er abnormale schuifkrachten worden uitgeoefend op het processus anconeus of het processus coronoïdeus, kunnen deze afbreken. De ontwikkeling van kraakbeen ter afdekking van het benige deel van het processus coronoïdeus of op het gewrichtsvlak van de humerus kan verstoord worden, hetgeen tot plaatselijke verdikking kan leiden. Zo'n kwetsbaar stukje kraakbeen kan afbreken; het gevolg is een gefragmenteerd processus coronoideus of een los flapje kraakbeen.

    Heupdysplasie (HD)
    Door een stoornis in de normale ontwikkeling van heupkom en -kop en een slechte aansluiting van deze beenderen zullen delen van het kraakbeenomhulsel overbelast raken. Dit veroorzaakt vervorming van het kraakbeen en uiteindelijk misvorming van het gewricht. Bovendien zal de instabiliteit van het gewricht leiden tot een stoornis van het kraakbeen en gewrichtsontsteking, hetgeen pijnlijk is. De kop zal uiteindelijk niet langer diep in de kom passen waardoor het heupgewricht misvormd (dysplastisch) wordt. De gewrichtsontsteking wordt chronisch (osteoarthrose), hetgeen leidt tot beperkte bewegingsmogelijkheid van de heupgewrichten en tot pijn tijdens en vooral na activiteit. Bij osteoarthrose groeit nieuw bot (osteophyten) aan de randen van het gewricht, rond de kom en op de hals. Deze osteophyten woekeren alle kanten op, de groeisnelheid is afhankelijk van de ernst van de osteoarthrose. Bij jonge honden van 4 tot 12 maanden is pijn de meest opvallende klinische indicatie van HD: pijn tijdens het staan (de hond gaat snel weer zitten), pijn tijdens het lopen (de hond weigert te lopen, loopt met zwaaiende heupen), en pijn bij springen of klimmen. Een slechte of goede aansluiting van kop en kom kan worden aangetoond met speciale klinische of radiologische technieken. Met röntgenfoto’s kan de aansluiting van kop en kom objectief worden gekwantificeerd door bepaling van de Norbergwaarde en botwoekeringen kunnen met speciale radiologische beelden zichtbaar worden gemaakt. Bij oudere honden gaat het vooral om pijn na te zware inspanning, en niet zozeer om niet graag te willen of kunnen staan, lopen, springen of klimmen. Bij jonge honden met HD-klachten kan een slechte aansluiting van kop en kom operatief gecorrigeerd worden. Bij volwassen honden kan een kunstmatig gewricht ingebracht worden. Niet-operatieve behandelingen zijn aangepaste lichaamsbeweging, gewichtsbeperking en medicatie.

    Elleboogdysplasie (ED)
    De term "elleboogdysplasie" (ED) omvat een aantal onderling onafhankelijke afwijkingen die alle in het ellebooggewricht optreden en vooral voorkomen bij jonge honden van grotere rassen. Deze afwijkingen veroorzaken pijn en leiden uiteindelijk tot invaliderende osteoarthrose van het aangetaste gewricht.
    De meest frequent voorkomende diagnoses van stoornissen die onder ED vallen, zijn: (1) een losgeraakt processus aconeus (los processus anconeus = LPA); (2) een losgeraakt of afgebroken processus coronoïdeus (LPC); (3) een los stukje gewrichtskraakbeen afkomstig van de humerus (osteochondrosis dissecans, OCD); (4) twee verschillende vormen van gewrichtsincongruentie met gestoorde groei van de radius of de ulna (dat wil zeggen, de kom sluit niet perfect aan op het gewrichtsvlak van de humerus). De losse stukjes bot of kraakbeen in het geval van LPA, LPC of OCD irriteren het gewricht en veroorzaken pijn, gewrichtsontsteking en uiteindelijk osteoarthrose. Elleboog Incongruentie (EI) veroorzaakt schuifkrachten op en mogelijke losraking van het processus anconeus of coronoïdeus, met als gevolg LPA of LPC. EI veroorzaakt ook te zware belasting van een kleiner draagvlak van het gewricht, waardoor het kraakbeen wordt aangetast met als gevolg pijnlijke gewrichtsontsteking en uiteindelijk osteoarthrose.
    Een hond met één aangetaste elleboog zal ergens tussen 4 en 6 maanden beginnen te kreupelen. Als beide ellebogen door ED zijn aangetast, dan zullen de enige indicaties waarschijnlijk een korte paslengte en een tegenzin om te rennen en te spelen zijn. Bij klinisch onderzoek kan men een licht gekraak horen of voelen als het gewricht wordt bewogen. LPA, OCD en EI kunnen zichtbaar gemaakt worden op drie verschillende radiologische opnamerichtingen. LPC is in de beginfase moeilijk te zien en wordt pas duidelijker zichtbaar als zich tekenen van osteoarthrose ontwikkelen. Operatieve verwijdering van irriterende losse fragmenten (LPA, LPC, OCD) of operatief vastzetten van het LPA, en chirurgische correctie van incongruentie zijn geïndiceerd in de meeste gevallen van milde osteoarthrose. Bij ernstige osteoarthrose van het ellebooggewricht is de prognose voor volledig herstel matig tot slecht. Niet-operatieve behandeling van osteoarthrose omvat verminderde dagelijkse inspanning, beperking van lichaamsgewicht en medicatie om kraakbeengroei te bevorderen, gewrichtsontsteking te remmen en pijn te verminderen.

    Invloeden van het milieu op HD en ED
    Dr. Kealy verrichtte een heel interessant onderzoek met 20 Labrador-paren. [1] Per paar ging het om 2 nestgenoten van hetzelfde geslacht, die samen in één kennel waren gehuisvest. Eén van de twee mocht zoveel eten als hij/zij wilde, terwijl de ander 2/3 van die hoeveelheid kreeg. Met regelmatige tussenpozen werden alle honden gewogen en geröntgend. De honden die onbeperkt mochten eten bereikten een gemiddeld lichaamsgewicht van 32 kg, hun nestgenoten die de beperkte hoeveelheid voedsel kregen bereikten een gemiddeld gewicht van 23 kg, terwijl alle honden dezelfde beenlengte hadden. De losheid van de heupen (uitgedrukt met de Norbergwaarde) en de mate van osteophytenvorming (osteoarthrose) was bij de ongelimiteerd gevoerde honden groter dan bij de beperkt gevoerde honden. Voor Duitse Doggen grootgebracht op voer met veel mineralen, vitaminen en energie toonde dr. Hedhammar aan dat bij onbeperkt gevoerde honden het modelleren van kop en hals van dijbeen achterbleef vergeleken me55t beperkt gevoerde nestgenoten, waardoor de kop slechter in de kom past. [2] Dr. Kasström toonde voor nesten van Duitse Herders, Golden Retrievers en Labrador Retrievers aan dat onbeperkte voeding leidde tot frequentere en zwaardere HD dan gevonden werd bij beperkt gevoerde nestgenoten. De uiteindelijke heupscore had meer te maken met voeding en gewichtstoename dan met losheid van het gewricht bij de jonge hond.

    [3] In Utrecht werd aangetoond dat bij Duitse Doggen grootgebracht op voer met een hoog calciumgehalte, de kraakbeenkernen in de elleboog op latere leeftijd verbeenden dan het geval was bij honden die opgroeiden met een gebalanceerd voer met een lager calciumgehalte. [4] Ook afwijkingen in de lengtegroei van het spaakbeen en de ellepijp, waardoor EI ontstaat, werden vaker gevonden bij Duitse Doggen die te veel calcium kregen. Tevens werden stoornissen in kraakbeentransformatie (OCD) vaker geconstateerd bij Duitse Doggen die opgroeiden met een calciumrijk voer dan bij nestgenoten met een gebalanceerd dieet. [5] Bij honden van kleine rassen veroorzaakte een hoge mineraalopname niet de skeletstoornissen die we bij de grote rassen zien. [6] Ook voeding met een hoog vitamine-D-gehalte kan leiden tot symptomen van OCD en/of verstoorde groei van spaakbeen of ellepijp. Onderzoek van Nap c.s. toonde aan dat voedsel met een hoog eiwitgehalte, zoals puppyvoer van goede kwaliteit, géén negatieve invloed heeft op de skeletontwikkeling. [7]

    Samengevat: snelgroeiende honden kunnen HD en/of ED ontwikkelen wanneer ze worden grootgebracht op een mineralen- of vitaminenrijke voeding, of zelfs als ze een overdadige hoeveelheid gebalanceerd voer krijgen, terwijl ras- en zelfs nestgenoten die met correcte voeding.worden grootgebracht géén HD of ED krijgen. Hondenvoer met de optimale hoeveelheid mineralen, vitaminen, eiwitten en koolhydraten schept de basis voor een normale kraakbeenontwikkeling, voor verbening van het kraakbeen, en voor definitief modelleren van de beenderen. In vroeger tijden, toen er nog geen puppyvoer beschikbaar was met een lage mineraal- en energiebalans, adviseerden dierenartsen om puppies een voer voor volwassen honden te geven, om zo de opname van mineralen, vitaminen en energie te beperken. Maar de lagere energiewaarde van het voedsel dwong de pup om meer grammen van dat 'volwassen' voer te eten. Daardoor kwam ook de dagelijkse opname van mineralen en vitaminen boven de optimale hoeveelheid uit, waardoor skeletstoornissen zoals HD en ED onopzettelijk gestimuleerd werden. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat honden van reuzenrassen die grootgebracht worden op een gebalanceerd puppydieet met maximaal 0,8 tot 1% calcium (% van droge stof) zowel een versneld proces van botvernieuwing kennen als een niet-verstoorde kraakbeengroei en verbening van het kraakbeen. In combinatie met een verminderde energieopname schept dit puppyvoer de optimale omstandigheden voor een ongestoorde skeletontwikkeling.

    HD en ED zijn dus geen erfelijke afwijkingen?
    We hebben gezien dat voeding een belangrijke invloed heeft op de mate waarin HD en ED optreden. Dit geldt vooral voor jonge honden van grote rassen, die sneller groeien dan de pups van kleine rassen. Uit onderzoeken van Nap c.s. onder dwergpoedels bleek dat een teveel aan mineralen slechts milde, klinisch niet-relevante gevolgen had voor de skeletontwikkeling bij deze kleine tot middelgrote honden.
    Dr. Ubbink en anderen toonden aan dat bij de Nederlandse Labradorpopulatie ED wordt aangetroffen in bepaalde verwante subpopulaties. Daarnaast toonde Ubbink aan dat LPC en OCD voornamelijk in verschillende subpopulaties optreden, en slechts zelden tegelijk in dezelfde subpopulatie worden gevonden. [8] In een onderzoek onder Berner Sennenhonden met röntgenologisch gediagnosticeerde ED (met name LPC met EI) bleek dat deze honden dezelfde levensstijl, huisvesting en voedingsregimes hadden als een vergelijkbare groep Berner Sennenhonden met ED-vrije ellebooggewrichten op röntgenfoto’s. Deze studies lijken aan te geven dat de ontwikkeling van ED onafhankelijk is van voeding, levensstijl of huisvesting. Populatieanalyse gaf aan dat HD en ED een lage erfelijkheidsgraad (h²) hebben, die voor verschillende onderzochte rassen onder min of meer uniforme milieuomstandigheden varieert van 0,2 tot 0,6 voor HD, en van 0,24 tot 0,55 voor ED. [9] Met andere woorden: zowel HD als ED vereist een sterke invloed van het milieu om duidelijk tot uiting te komen.

    Als we de resultaten van bovenstaande studies combineren, kan geconcludeerd worden dat HD en ED optreden bij honden van bepaalde rassen en dat deze afwijkingen zich zullen ontwikkelen onder bepaalde milieuomstandigheden. Naar de invloed van voeding - één van die omstandigheden - is veel onderzoek gedaan. Theoretisch zou het mogelijk zijn honden van kwetsbare rassen op te laten groeien onder milieuomstandigheden die het tot uiting komen van HD en ED bevorderen, om zo de genotypische lijders te vinden. We zullen echter meer geneigd zijn om jonge honden van HD- en ED-gevoelige rassen groot te brengen met een optimale kwaliteit en kwantiteit van voeding, en met beperkte beweging, om niet het risico te lopen dat we de ontwikkeling van skeletstoornissen stimuleren. Het gevolg daarvan is dat de genotypen van HD en ED onopgemerkt blijven in de populatie, en pas naar voren komen in een volgende generatie, als nakomelingen van fenotypisch vrije honden onder minder gunstige omstandigheden worden grootgebracht. Om te voorkomen de genen voor HD en ED in de populatie verspreid raken, dienen de fokdieren nauwgezet op HD en ED onderzocht te worden, met de meest moderne technieken. Voor de fokkerij moeten honden met onaangetaste gewrichten of met de minst ernstige gradatie van de stoornis worden ingezet.

    Onderzoek van volledige nesten van Labrador Retrievers toonde aan dat uit fenotypisch gezonde ouders honden met ED worden geboren. [10] Uit analyse bleek dat het gen voor LPC in dit ras hoogstwaarschijnlijk dominant met variabele expressie is: vooral bij reuen correspondeert het genotype met het fenotype, terwijl bij de teven het gen voor LPC verborgen kan blijven. Deze wijze van vererving is een tweede oorzaak voor onverwacht her-optreden van een skeletafwijking in een volgende generatie. Onderzoek bij honden met HD heeft aangetoond dat dit wellicht een polygenetische stoornis is, waarbij meerdere afwijkende genen moeten samenkomen om de HD tot uiting te brengen in een aangetaste hond. [11]

    Aanvullend op het onderzoek van individuele fokdieren, zal nakomelingen- en familieonderzoek helpen om inzicht te krijgen in de genotypen van het fokmateriaal. Er zijn aanwijzingen, op basis van recent moleculair-biologisch onderzoek, dat zowel HD als ED "major gene" fenomenen zijn, dat wil zeggen dat één of meer genen een hoofdrol spelen bij het optreden van deze afwijkingen. Het is de verantwoordelijkheid van de internationale kennelclubs om onderzoek te stimuleren en te ondersteunen om deze genen te lokaliseren, om zo de dragers, die de afwijkende genen aan de volgende generatie doorgeven, te kunnen opsporen. Het zal nog enige hondengeneraties duren alvorens DNA-onderzoek voor HD of ED realiteit is. Daarom is het nu tijd dat de internationale kennelclubs tot een uniform systeem van beoordeling en registratie komen en bekendmaken op welke methode hun beoordeling is gebaseerd, zodat fokkers in binnen- en buitenland inzicht krijgen in de status van heup- en ellebooggewrichten. Op dit moment hebben we te maken met een gevaarlijke paradox: honden uit landen met de meest gevoelige beoordelingsmethode voor HD en ED kunnen lager scoren en het daardoor op de internationale markt verliezen van honden die getest zijn met behulp van onderzoeksmethoden die volgens de moderne veterinaire inzichten niet meer acceptabel zijn.

    Samenvatting
    HD en ED zijn beide stoornissen in de ontwikkeling van het snelgroeiende skelet, die samengaan met veel lijden voor de aangetaste honden en hun eigenaars. In risicorassen treden HD en ED veelvuldiger en in ernstiger mate op bij honden die worden grootgebracht op voer met een hoog vitamine- of mineralengehalte, op voer verrijkt met mineraal- of vitaminesupplementen, of wanneer het voedselaanbod onbeperkt is. Anderzijds kan een verlaagde inname van calcium (optimaal is 0,8-1,0% Ca/droge stof) en beperkte energieopname het optreden van HD en ED onderdrukken. De wijze van vererving, de lage erfelijkheidsgraad en de grote invloed van milieuomstandigheden (vooral dagelijkse voeding) op het optreden van HD en ED in genotypisch aangetaste dieren kunnen de redenen zijn dat fokdieren waarvan werd aangenomen dat zij vrij waren van HD en ED toch lijders onder hun nakomelingen hebben. DNA-testen dienen het toekomstige doel voor internationale kennelclubs en rasverenigingen te zijn. Nauwgezet en consequent testen van fokdieren en hun naaste verwanten, en heldere internationale certificering van heup- en elleboogstatus zijn de belangrijkste punten voor de hedendaagse kynologie om verspreiding van de genen gerelateerd aan HD en ED binnen de risicorassen, en daarmee het optreden van deze invaliderende stoornissen, tegen te gaan. 

    Omhoog